Van de mode naar de gehandicaptenzorg
Marina begon in 2008 bij S&L Zorg, na eerdere werkervaring in de ouderenzorg en in de mode. “Toen ik kinderen kreeg, werkte ik twintig uur in de mode. Het was gewoon niet te combineren, ik moest ze zo vaak wegbrengen”, vertelt ze. “Toen Megan naar school ging, maakte ik de switch naar de ouderenzorg en later de gehandicaptenzorg. Hier is het werk veel diverser; elke bewoner is anders en er is veel meer tijd voor de bewoners.”
Door de jaren heen heeft Marina bijna alle lagen van de organisatie meegemaakt. “Ik heb op veel woningen gewerkt en werk nu al vier jaar op dagbesteding bij de ouder wordende bewoners. Het werk op wonen is best zwaar met vroege en late diensten. Dagbesteding is perfect om het vol te houden en ik kan mijn werk goed combineren met de oppas voor mijn kleinkind, het zoontje van Megan.”

Leuk en veelzijdig
Megan liep al tijdens de middelbare school stage bij S&L Zorg en was meteen verkocht. “Eigenlijk vond ik het werk van mama vroeger als kind helemaal niet leuk”, lacht ze. Pas later, toen ze zelf stage liep en opleidingen volgde, ontdekte ze hoe leuk en veelzijdig het werk is. “Toen de nieuwbouw van de Beemdkroon kwam, wilde ik daar bewust naartoe. Werken met deze groep jongeren op deze mooie locatie is helemaal mijn ding.”
De dochter van
Hoewel ze nu op andere locaties werken, hebben ze wel op dezelfde woning gezeten, alleen niet tegelijk. “Toen ik stagiaire was op een woning waar mama eerder had gewerkt, zei iedereen: ‘Oh, jij bent de dochter van Marina?’ Dat vond ik niet altijd grappig, maar ik heb het geaccepteerd”, lacht Megan.Marina: “Ze vindt het stiekem best leuk hoor. Toen ze nog op Lambertijnenhof werkte kwam ze soms met bewoners even bij mij thuis langs voor een kopje koffie.”
Samen op school
Megan lachend: “We hebben zelfs samen op school gezeten. Ik deed toen niveau 4 en mama niveau 3. Ik vond het toen stom dat mijn moeder daar ook zat, ik was toen 19 of 20. ‘Doet je moeder de opleiding?’ zeiden mijn vriendinnen dan. Dan liepen we langs elkaar en zeiden we niks.” Marina: “Dat deed ik bewust niet, want dat vond ze natuurlijk stom. We gingen ook apart naar school. Ik met de auto en zij met de trein.”

Verschillen en overeenkomsten
Privé spraken ze vroeger, toen Megan nog thuis woonde, veel over werk, vooral tijdens het eten. “Mama praatte altijd enthousiast over de bewoners. Ik dacht soms: nu even geen werk, nu eten we”, zegt Megan. “Ik ben ook enthousiast, maar deel niet alles. Daarin verschillen we wel. Iedereen zegt ook altijd: ‘Jij bent niet zo druk als je moeder.’”
Marina: “Megan is heel strikt, ik ben wat chaotischer. Wat zij doet, kan ik niet, en andersom.” “We werken in dezelfde organisatie, maar als ik mama over haar werk hoor praten dan heeft het echt niks weg van mijn werkzaamheden. Bij mij is het echt begeleiden en bij mama is het zorgen. Maar we delen dezelfde zorgzaamheid en zijn allebei harde werkers. En soms kan het ook echt wel eens goed botsen tussen ons”, zegt Megan lachend.
“Wat zij doet, kan ik niet, en andersom.”