Een dame met pit

In de tuin van haar woning zit Leny ontspannen naast cliëntbegeleider Demi. Ze is begin dit jaar 81 geworden en is daarmee een van de oudste bewoners op woning 212. Maar ondanks haar leeftijd is Leny nog actief genoeg!

Knutselen, dansen en borduren

“Leny woont hier sinds 1999”, vertelt Demi. “Eerst op woning 210, nu op 212. Ze heeft het hier nog altijd goed naar haar zin.” Iedere ochtend gaat Leny naar de dagbesteding. “Kikkers maken, knutselen … het is gezellig”, vertelt ze. “En op dinsdagmiddag dans ik.” Demi: “Dat dansen is dan weer buiten de dagbesteding om. Dan bewegen ze op muziek, in de gymzaal. En Leny is er altijd bij. Net als bij het breicafé in het Ontmoetingscentrum. Ze borduurt daar heel graag.” Leny knikt en wijst naar haar tas. Demi haalt haar borduurwerk tevoorschijn. Demi: “Momenteel is Leny een dekentje aan het maken.” “Voor mijn beertje Bobby”, zegt Leny trots.

Bellen met Dieske

Daarnaast houdt Leny van schrijven. Ze schrijft dagelijks in haar dagboek en houdt daarin ook haar afspraken bij. “Als ze met haar nicht Dieske belt, die in Hongarije woont, dan noteert ze dat ook”, zegt Demi. Leny belt Dieske regelmatig. Soms met een echte telefoon en soms met een banaan”, zegt Demi met een knipoog.

Goud waard

“Leny is een dame met pit”, zegt Demi. “Ze weet wat ze wil en wat niet, en dat laat ze ook merken. Leny wordt ook graag in de watten gelegd: nagels lakken, haren doen, een gezellig uitje zo nu en dan. Samen met collega Babet en nog een andere bewoner neem ik haar af en toe mee. Naar de Intratuin, de McDonald’s, lekker even weg. Het mooiste is om te zien hoeveel plezier ze er van tevoren al aan beleeft. Ze wrijft dan enthousiast in haar handen en roept: ‘Ik ga lekker weg!’. Iedereen mag het weten. En als je haar dan met een grote glimlach weer thuisbrengt, dan is dat echt goud waard.”

Als je haar dan met een grote glimlach weer thuisbrengt; dan is dat echt goud waard.

Het laatste stationnetje

Woning 212 is een plek voor ouder wordende bewoners met verschillende zorgachtergronden, zoals het syndroom van Down of niet-aangeboren hersenletsel. “De meeste bewoners blijven hier tot het einde van hun leven”, legt Demi uit. “Ik noem het ook wel eens het laatste stationnetje. Dat klinkt misschien zwaar, maar het is juist iets heel moois. We mogen hen begeleiden in dat laatste stukje. Dat doe je echt samen, ook met collega’s. Dat schept een diepe band.”

Demi begon hier ooit als stagiair in 2016. Inmiddels is ze vast onderdeel van het team. “Ze wilden me niet laten gaan”, zegt ze met een glimlach. “En ik wilde ook nergens anders naartoe. Want hier maken we écht verschil.” En Leny? Die denkt nog lang niet aan stoppen. Als ik haar vraag of ze al aan pensioen denkt, is haar antwoord helder: “Dat gaat nog niet!”

Ook leuk om te lezen!